Weer in Nederland…
Ik ben gisteren na een prima vlucht weer aangekomen in Nederland! Fijn om weer voet op Nederlandse bodem te zetten; maar dat mengt uiteraard slecht met alle andere gevoelens. Er was even sprake dat mijn oma pas volgende week in Nederland zou aankomen, maar dat is gelukkig toch gisteren geworden, waardoor de begrafenis a.s. woensdag is. Ik zal daarna pas weer in Enschede zijn; tot de begrafenis blijf ik nog bij mijn ouders.
Ondanks alle hectische dagen, heb ik toch met een goed gevoel Japan verlaten. Mijn werk is afgerond en heb van bijna iedereen afscheid kunnen nemen. En nu is het weer wennen aan Nederland … schoenen niet uitdoen vóór de deur, niet meer overal drinken kunnen kopen, rijden aan de verkeerde kant van de weg, en nog eindeloos veel meer dingen. Heerlijk! Uiteraard smaakte de boerenkool weer prima vanavond.
Nogmaals bedankt voor alle berichtjes, mailtjes, etc. en tot nu heel erg snel!
4 comments[UPDATE] Slecht nieuws, terug naar Nederland
Lieve vrienden en vriendinnen,
Omdat ik helaas niet iedereen persoonlijk kan inlichten, even zo. Aan het begin van de avond heb ik te horen gekregen dat mijn oma afgelopen zondag volkomen onverwachts is overleden :(. Dit, terwijl ze juist aan het genieten was met opa op vakantie in Tenerife. Natuurlijk wil ik mijn oma de laatste eer bewijzen, en dus kom ik ruim een week eerder dan gepland terug naar Nederland. Als alles goed loopt, wordt dat aanstaande vrijdag. De komende dagen zullen nogal hectisch zijn om hier alles goed af te sluiten en mijn terugreis voor te bereiden. Alles voelt nogal vreemd op zo’n grote afstand, maar ik heb gelukkig veel contact met het thuisfront, dus dat komt allemaal goed.
Update dinsdagavond
Ik vlieg a.s. vrijdag terug naar Nederland.
KL868
Osaka Kansai International v 11.50 uur
Amsterdam Airport Schiphol a 16.10 uur
Bedankt voor alle lieve berichtjes, mailtjes, telefoontjes, etc…. Dat voelt erg fijn, zo ver van huis.
Tot snel in Nederland!
Knuffel,
Danny
Mantra’s en vuur in de tempel
Normaal houd ik mij verre van religieuze activiteiten, maar omdat Boeddhisme (samen met het Shintoïsme) in Japan meer een cultuur-ding is dan een religieus-ding, wilde ik dat ook een keer van dichtbij meemaken. En daar is uiteraard geen betere manier voor, dan om een keer een nacht in een tempel te overnachten, in het hart van het Shingon Boeddhisme: Koya-san, oftewel berg Koya.
Onbeperkt bier en onbeperkt eten
Maar, voor het zover was, had ik vrijdag eerst nog een feestje van mijn werk: twee collega’s worden overgeplaatst naar Tokio en we hadden bezoek uit de VS voor een paar dagen; reden genoeg. Het blijft relaxed om gewoon grote schalen met eten op tafel te krijgen en te kunnen kiezen wat je lekker vind… veel beter dan je eigen bordje opeten :). Daarnaast, even prutsen met de dingen die je nog zelf klaar moet maken geeft ook een extra dimensie! Alleen het blijft typisch en vreemd Japans: als de 3 uur over zijn (die bij het onbeperkt eten en drinken horen) gaat iedereen direct naar huis, ondanks dat het prima gezellig was…
Alles lekker buiten
Enfin, zaterdagochtend vroegjes op om met de boemel naar het zuiden te vertrekken. Drie uur treinen later, na een prachtige rit door de bergen met veel mooie uitzichten, kwam ik aan op Koya-san. Het dorp op de 1 kilometer hoge berg bestaat uit honderd tempels en vele andere Boeddhistische gebouwen, waaronder een tempel met duizenden lantaars, die volgens legenden al eeuwen branden en een begraafplaats (van as dan, Boeddhisten cremeren) van meer dan een half miljoen mensen. Indrukwekkend! Daarnaast was het ook onbewolkt en zo’n 10-15 graden, heerlijk!
Leuk optrekje
’s Avonds sliep ik in één van de tempels, en ondanks dat, deed het toch wat toeristisch aan: het was meer eigenlijk een traditioneel Japans hotel, gelegen naast een tempel. Maar: dat mocht de pret niet bederven: een mooie kamer (met tatami-matten) en een uitzicht op een Japanse tuin is niet heel vervelend. De kou wel. Alles is eigenlijk buiten, met een dak boven je hoofd. Dat geeft wel een bijzonder gevoel - je voelt je meer verbonden met de natuur buiten, maar stiekem is het wel fijn dat we tegenwoordig betere isolatiematerialen dan papieren deuren hebben.
Kamer
De maaltijden waren vegetarisch naar Boeddhistische traditie (dus ook geen knoflook, uiten, etc.). Dan krijg je natuurlijk al snel het idee dat het smakeloos is. En dat is gedeeltelijk ook zo; maar na vijf maanden begin je wel iets van die traditioneel Japanse keuken te waarderen. Alleen tofu (en andere bonen-afgeleiden) krijg ik echt niet weg…
Avondmaaltijd
Het meest indrukwekkend waren uiteraard de boeddhistische ceremonies. Om half zeven ’s ochtends ging de wekker, waarna we met een groepje naar de tempel toegingen. Daar - in de vrieskoud - waren monniken mantra’s aan het zingen, en tegelijk allerlei fysieke uitspattingen aan het doen. Bijzonder tafereel, en erg indrukwekkend: zeker gezien de setting in een donkere, maar prachtige tempel. Natuurlijk geen foto’s; erg jammer. Aansluitend was er een vuurceremonie in een andere tempel; hier stak de oppermonnik een flink vuur (persoonlijk zou ik dat wat minder fanatiek hebben gedaan in de kleine, houten tempel ;)), en onder begeleiding van de grote trommel werden er weer allemaal rituelen uitgevoerd. Prachtig gezicht!
Meer gebouwtjes
Zo, en dan nog maar drie weken te gaan! Inmiddels begin ik wel echt af te tellen: ik ben de (naar Nederlandse standaarden) ongezellige en kille sfeer op de werkvloer toch echt een beetje zat aan het worden. Misschien ook uit frustratie omdat sommige dingen naar mijn idee veel beter of anders georganiseerd kunnen worden; maar daar kan je gewoon niets mee. Illustratief is dan ook weer dat al mijn collega’s voor het eind van het jaar (werkjaar eindigt in Japan op 31 maart) al hun vrije dagen vakbondswege op moeten maken. Opzich prima geregeld, alleen verandert er qua hoeveelheid werk niets, met als gevolg dat de dagen die ze niet vrij zijn iedereen die dat mag aan het overwerken is. Hoe zinloos dan, die vrije dagen… :)
No commentsZon, zee, strand … en sneeuw
Aangezien ik al een hele tijd niet meer op het strand was geweest (laatste keer zal in Boston, afgelopen zomer, zijn geweest), het lekker weer zou worden én ik een extra dagje vrij had gescoord door mijn overwerk-actie van afgelopen zondag; was het tijd voor een lang weekend aan en op het strand, even uitwaaien! Nu is Japan een eiland, dus dat garandeert een hoop strand, maar waar kan je beter heen gaan, dan naar één van de drie mooiste plekken in Japan? Amanohashidate, the place to be!
Bounty-strand (eindelijk!), maar dan zonder palmbomen
De meeste Japanse toeristische hoogtepunten dien je altijd met een korreltje zout te nemen: het is alleen mooi als je die betonnen snelweg even wegdenkt, of de tienduizenden toeristen inclusief reisleidster met megafoon (ja, dat doen ze in eigen land ook). Heel anders dan op de reclames die je hier vaak in de trein ziet, toeval? :) Hét kenmerk van Amanohashidate (heerlijk die Japanse plaatsnamen) is een bijna vier kilometer lange zandbank in een baai, begroeid met pijnbomen. Het verhaal gaat dat als je de zandbank tussen je benen door bekijkt, hij lijkt te zweven. En zowaar, het was nog mooi ook!
Draai je hoofd (of je monitor) om hetzelfde effect te bereiken… Of voor de echte nerds, img = img(end:-1:1;end:-1:1) doet het ook ;).
De heenreis ging met lokale treintjes - prachtig door de bergen, door plaatsjes waar de trein nog echt kedeng kedeng doet (Guus Meeuwis-stijl), de bordjes met vertrektijden handmatig bijgewerkt worden en de prijs van je treinkaartje met de abacus bepaald wordt. Serieus, haha, illustreert mooi hoe de technische vooruitgang van Japan gegaan is: de beste man reserveerde mijn treinkaartje voor de terugweg via zijn hippe touchscreen terminal, waarna hij de totale prijs met zijn abacus ging uitrekenen.
De Kita Kinki Tango Railroad trein. Een iets bescheidenere naamgeving voor deze bus op rails was wel op zijn plaats geweest.
In het hostel was ik vrijdag de enige gast, en had dus ook mijn privé kok. Heerlijk eten (krab, zalm, en allemaal andere dingen die ik niet kon plaatsen, as usual) en nog nooit zo’n rust en ruimte gehad in een hostel ;). Zaterdag had ik gezelschap van wat Japanse studenten bedrijfskunde - maar daar kon alleen schrijvend en tekenend mee gecommuniceerd worden; dus het was vooral een weekendje ontspannen :). Veel lezen, wandelen in de bergen (tot ik echt niet verder kon vanwege de sneeuw, typisch) en een bezoek gebracht aan de lokale Onsen (met heet water uit de natuur - klimaatneutraal! :P).

Gelukkig kan je boven op de berg, in de sneeuw, genieten van je bakje koffie!
Wat me trouwens steeds meer begint op te vallen (uit gesprekken met Japanners, maar ook met de studenten zaterdag) valt me steeds meer op wat voor respect mensen hebben voor technisch studenten, ten opzichte van andere studierichtingen. Zo anders dan in Nederland: daar doe je het in de kroeg bij de gemiddelde vrouw (positieve uitzonderingen daargelaten) beter als je iets met geld doet ;). Zeker als je dan verteld dat je bij Sharp werkt, zie je het respect groeien (en dat valt op bij Japanners, heel typisch). Daarnaast ga ik mij er wel steeds meer voor schamen dat ik zo weinig Japans spreek; en dat ik er in vergelijking met de altijd hippe en netjes geklede Japanse jongeren als een boer uitzie… Niet dat ik nu ook met een Prada tasje ga lopen, maar het begint steeds meer op te vallen :).
Doet u mij die maar.
Verder… werk… tja, geheim, geheim: vooral bezig met schrijven van documentatie. Afgelopen week waren er nogal wat bezoekers van Sharp uit de rest van de wereld, een keer gelunch met mensen uit Oxford. Leuk! Daarnaast wezen klimmen, maar in de kampioenschappen van de gym keihard verslagen door allerlei kleine Japanse kereltjes… Weet ik ook weer dat ik beginner ben :). Komende week weer een feestje, en zaterdag naar de tempel toe! Ben benieuwd wat ik daar weer ga meemaken…
Mooi detail nog: een collega van me heeft een nieuwe auto gekocht, en daar zit gewoon standaard een TV in ingebouwd. Dat kan alleen maar in Japan…
6 commentsÉchte integratie
De integratie met de Japanse bevolking (buiten mijn collega’s om dan) verloopt nog steeds niet erg voorspoedig; het is lastig (zelfs voor locals, vertelde mij een Japanse meid) om nieuwe mensen te leren kennen hier. Uitgaan, maar ook veel andere activiteiten, worden zoals in Europa ondernomen met vrienden, maar dan wel met een nogal sterk ’samen uit samen thuis’-principe. En dan is ‘uitgaan’ ook een relatief begrip: waar je in Nederland uit gaat naar de kroeg, club, etc.; gaan Japanners naar een restaurant, karaoke, of waar dan ook, waar ze zichzelf (vaak ook in afgesloten ruimte) vermaken met hun vrienden. Dit in combinatie met verlegenheid, taal, etc. maakt het er niet makkelijker op…
Omdat het uitgaan in Nara blijft tegenvallen, hebben we onze integratie-poging-zonder-buitenlanders-trots (dat krijg je met Fransen…) opzij gezet en bedacht dat we wel een keer naar een international party konden gaan, waar ook niet-Japanners komen. Brrr. Maar, dat heeft ook voordelen. Dit soort feesten trekken natuurlijk buitenlanders aan (> 80% English teachers, meestal niet zo interessante mensen) - maar belangrijker: Japanners die Engels spreken en doorgaans makkelijker te benaderen zijn dan elders. En dat bleek; we hadden koud onze jas in de locker en een biertje gehaald, toen we al stonden te praten met drie dames. Kijk, integratie! Het verschil met Japanners die ik eerder ontmoet had was enorm: niet eerder sprak ik zoveel Japanners op een avond die al in het buitenland waren geweest, of op zijn minst op de hoogte waren van westerse gebruiken en de moeilijkheden die westerlingen ervaren in Japan. Nu is de club niet de ideale gesprekslocatie, dus met een beetje mazzel binnenkort een Okonomiyaki-eet-date!
Natuurlijk op de foto met Japanner X. Ik moet toch eens een keer proberen die namen te onthouden ;).
Het leuke van de buitenlanders is dan weer dat deze vaak mooie verhalen hebben wat ze in Japan doen en hoe ze hier terecht gekomen zijn. Al eerder had ik het over de Australiër met zijn Japanse kerk - zaterdag sprak ik een model uit Canada wat in Azië werkte, omdat ze te klein was voor de rest van de wereld. Qua uiterlijk klopte dat wel - maar het feit dat zij mij bloedserieus aanraadde om een carriereswitch te maken naar underwear-model in Japan deed mij weer aan haar twijfelen ;). Ondanks dat; genoeg interessante mensen gezien en gesproken om de volgende keer maar weer naar zo’n feest te gaan!
Naast uitgaan wordt er natuurlijk ook hard gewerkt. Vandaag was er een belangrijke dag: alle groepen moesten hun voortgang presenteren aan Erg Grote Bazen (heerlijk, hoe ze het in het Engels hebben over ‘big boss’ en ‘very big boss’). De concepten ‘realistische deadline’ en ‘projectmanagement’ zijn nog steeds erg lastig hier, dus al mijn collega’s die vakbondstechnisch mogen overwerken zijn de afgelopen twee weken elke dag van acht uur ’s ochtends tot tien uur ’s avonds in touw geweest om ons project af te krijgen. Omdat ik mij enigszins schuldig voelde dat ik hierbij niet kon helpen (terwijl mijn hulp erg nodig was), heb ik vrijdag maar voorgesteld om een maas te vinden in mijn contract dat mij zou toestaan om zaterdag ook een paar uurtjes mee te helpen (ook het concept ‘oogjes dichtknijpen’ is - ondanks de spleetogen - verdomd moeilijk). Na een kwartier discussie werd bedacht dat het in theorie zou kunnen - als mijn professor het goed zou vinden. Die gaf natuurlijk lachend toestemming…
Zaterdag ging toch uiteindelijk niet door, maar ’s avonds werd ik in de kroeg gebeld of ik toch misschien zondags langs kon komen. Dus, uit het capsule hotel, langs de 7/11 voor de lunch naar het werk. Kijk, échte integratie! (ik krijg dan wel een vrije-dag-joker, maar toch…) Door redenen die ik jullie niet mag vertellen, maar gelukkig buiten onze macht lagen, werkte het uiteindelijk toch niet vandaag. Ondanks mijn optimische houding, was het by far onrealistisch om te verwachten dat dat het wel zou gaan werken, maar goed, we hebben het geprobeerd. This is Japan…
Mocht je nog eens in Japan komen, een leuk experiment is om op een treinstation in het Nederlands een telefoongesprek te gaan voeren naast een groep Japanse schoolmeisjes. Wat er dan gebeurt is lastig te omschrijven, maar effectief komt het neer op een hoop gegiechel, verlegen blikken en worden de schaarse woorden Engels bijelkaar geraapt (ook als je een beetje Japans begrijpt, is dat erg grappig) voor een gesprekje. Briljant - je voelt je af en toe gewoon een popster! (Let wel op: bel nooit ín de trein of bus; dat is vreselijk onbeleefd en not done! Zelfs praten doe je op fluistertoon daar… Hoe vervelend zijn dan de Nederlandse treinen waar iedereen altijd zo hard mogelijk zijn levensverhaal door de telefoon schreeuwt en Leipe Mocro’s altijd muziek moeten draaien op een volume dat veel te hoog ligt voor de gemiddelde telefoon… De trilstand op mijn telefoon hier heet dan ook ‘manner mode’: de beleefdheidsmodus…)
Volgend weekend een weekendje natuur, het weekend daarna wordt het grote ‘Donald Duck als boeddistische monnik’-idee weekend. Tot slot nog wat grappen en grollen…
Als je héél, maar dan ook echt héél erg lang op je eten wilt wachten
Fockey! Ben zo benieuwd hoe dat nou moet…
Voor de fundamentalisten van deze wereld: de straight burger
Bordje op de WC; ik vraag mij nog steeds serieus af wat de gedachte hierachter is…
Gelukkig, dat dat nog kan tegenwoordig ;)