Archive for November, 2007
Met je baas in bad
Op een vroege ochtend heb ik even wat plaatjes kunnen schieten van de badruimte, dus bij deze de al eerder beloofde uitleg over het badderen!
Het complex waarin ik verblijf heeft één badruimte (Sentoo in het Japans) voor alle bewoners (voor de mannen dan, de vrouwen hebben hun eigen ruimte op de verboden tweede verdieping). In tegenstelling tot veel Nederlanders douchen en baden Japanners voornamelijk ’s avonds, zodat ze rein en schoon in bed gaan. Ik heb mij ook maar aangepast aan deze traditie; het is bijzonder aangenaam om oneindig lang onder de douche te kunnen staan, en daarnaast: na een bad ben je zo suf dat je alleen nog maar naar bed wilt.
Nadat de slippers uitgegaan zijn, kom je in de kleedruimte terecht. Hier dien je je volledig uit te kleden, een redelijke tegenstelling tot de gebruikelijke Japanse preutsheid, of subtieler gesteld: lichamelijke afstandelijkheid.
kleedruimte
De volgende stap in het ritueel betreft het wassen, het is een redelijke zonde om zonder te wassen het bad in te gaan. Wassen is trouwens niet een kwestie van even lafjes onder de douche staan, zoals in Nederlandse zwembaden. Nee, mensen schrobben en wassen zich hier zoals ik nog nooit eerder had gezien. Gezeten op een klein krukje (niet op de grond!) worden met een nylon doek en veel zeep (ik vroeg mij eerst al af waarom mijn zeepfles zo groot was) alle stukjes lichaam grondig gewassen, inclusief het haar. Vervolgens nog even scheren, tandenpoetsen en het gezicht met een andere zeep wassen. Trouwens, het Japanse woord voor de kraan (karan, カラン) komt uit het Nederlands :).
washoek
Gelukkig zijn er voor de verdwaalde westerlingen ook ‘gewone’ douches beschikbaar, zittend douchen is toch minder comfortabel…
westerse douche
Na het harde werken is het tijd voor ontspanning: het bad! Het is niet zo diep dat je er in kan zwemmen, maar vanwege de temperatuur is dat sowieso al geen aanrader. Het water is namelijk meer dan 40 graden! Zo warm, dat je het maximaal tien minuten uithoudt, en daarna volledig rood bent over je hele lichaam. Vet relaxed! Omdat er in dit complex mensen van alle leeftijden wonen (in de toekomst volgt nog een artikel over de Japanse arbeidsomstandigheden), is er een grote kans dat je samen met collega’s of je baas in bad beland. Dit zorgt echter niet voor een gezellige sfeer, de meesten houden braaf hun mond en laten iedereen in stilte genieten.
hét bad, de lens van mijn camera besloeg door de hitte :)
Vanavond ga ik klimmen met Murakoshi-san - een collega (eindelijk weer eens sporten! volleybal doen alleen vrouwen hier, dus dat was geen optie, meer later over vrouwen vs. mannen) en morgenavond nog een biertje drinken met Arnaud. Zaterdag en zondag naar Osaka; voorlopig weer even genoeg vermaak!
Tenslotte, nog even wat mooie plaatjes van afgelopen zondag. Het was nog steeds bijna 20 graden, en heb in mijn t-shirt door de bergen gelopen. Erg ontspannend, en mooi!
PS: Check de hippe SMS functie die ik rechts heb ingebouwd in de site!
PS2: Jeej, ik heb een negen gehaald voor mijn laatste tentamen in Nederland :D. Toch nog nuttig, één vakje per kwartiel…
1 commentThat forsaken gajin-bar…
De tweede werkweek zit er op! Eigenlijk niet eens een hele week: vrijdag was het ‘Labour Thanksgiving Day’, een nationale feestdag, en dus een extra lang weekend. Op mijn werk hechtte niemand er veel waarde aan, behalve dat het een extra vrije dag opleverde. Het is mij dan ook nog steeds onduidelijk wat deze dag inhoudt voor de gemiddelde Japanner: blijkbaar niet zoveel.
Werken
Maandag heb ik een presentatie gegeven over studeren in Nederland en de UT voor mijn directe collega’s; erg leuk om te doen! De meegebrachte stroopwafels en chocola werden wisselend ontvangen; over het algemeen waren de stroopwafels te zoet, maar de chocola ging erin als koek. Aangezien iedereen door de baas verplicht was om een vraag te hebben (in het Engels ;)), was er (gelukkig) sprake van enige interactie. Echter, toen iemand mij vroeg “ja, die culture verschillen waar je het over hebt, wat bedoel je dan precies?” is er besloten om een volgende presentatie daar over te laten gaan :). Het geeft wel weer aan hoe gesloten Japan is, en hoe weinig er gemiddeld (zelfs door hoogopgeleide mensen) over ‘overzees’ bekend is.
Met mijn opdracht vordert het prima, heb de afgelopen week veel geleerd en leuke vorderingen gemaakt. Ik blijf het vervelend vinden dat alle documentatie in het Japans is (zelfs de handleiding van bv. de simulatiesoftware en de FPGA zijn in het Japans), waardoor ik vele keren per dag naar mijn collega toe moet “kan je dit even vertalen?” of “kan je me dit uitleggen?”; kan zo niet echt zelfstandig doorwerken en ben erg afhankelijk van de paar mensen die me kunnen helpen. Gelukkig nemen ze daar prima de tijd voor en is het vaak snel opgelost, maar voel mij af en toe meer tot last dan tot nut.
Dinsdagavond kennis gemaakt (en een biertje gedronken) met een Fransman - Arnaud - die hier al zo’n twee jaar woont en werkt; en ook prima Japans spreekt. Samen met hem en een collega van mij (Miki-san) werd er besloten dat er vrijdag gewinkeld en gestapt moest gaan worden in Osaka: een introductie voor mij in het nachtleven. Daar kon ik natuurlijk geen problemen mee hebben: vermaak is altijd welkom!
Osaka
Osaka is iets meer dan een uur reizen vanaf mijn appartement, en gezien de schitterende rit door de bergen en het uitzicht over de stad als je de bergen door bent is dat geen enkel probleem. De buurt waar we terechtkwamen was Namba, voornamelijk bestaande uit heel veel winkelcentra (ondergronds en bovengronds), uitgaansgelegenheden en warenhuizen. Daarnaast durf ik te wedden dat ik nog nooit op een middag zo veel mensen bij elkaar heb gezien (zelfs niet in New York!). Onderstaande foto laat een (overdekte) winkelstraat zien, die meer dan een kilometer lang is, en volledig vol stond met mensen. De enige optie om hier door heen te komen is je te laten meevoeren met de ‘flow’; als je een winkel in wilt moet je dat minstens 15 meter van te voren bedenken. De massaalheid van mensen, winkels en de kakofonie van geluiden, muziek (kerstmuziek… Mariah Carey is hier vreselijk populair…) en lichtreclame is onmogelijk om over te brengen, en nergens mee te vergelijken in Nederland. Ik kan je alleen aanraden om het zelf eens te ervaren hier!
Na een bezoekje aan een Elektronica warenhuis dat de MediaMarkt liet verbleken tot een soort van buurtsuper, was ik de gelukkige eigenaar geworden van een waterkoker en webcam (eindelijk!), zwaaien naar het thuisfront is eindelijk een optie geworden :).
Sushi
Al het winkelen en wandelen werkt uiteraard op je maag, dus de volgende check op mijn ‘Japan todo list’ bestond uit het eten van Sushi. Arnaud wist gelukkig een goed adresje voor Kaiten Sushi (Sushi als in de film - dus op een conveyer belt, het Nederlandse woord daarvoor weet ik even niet). Na het eten van 8 Sushi-schoteltjes kan geconcludeerd worden dat het erg lekker is, zeker de verse tonijn en zalm zijn aanradertjes :).
Bier
De dag werd afgesloten met het drinken van bier, en zoals aangekondigd van te voren “we’ll see what happens after that…”, nou, dat hebben we geweten! Om ervoor te zorgen dat ik ook enige conversatie met ‘locals’ aan zou kunnen gaan, gingen we naar een zogenaamde gajin-bar (gajin is buitenlander in het Japans). De meeste bezoekers hier zijn dan ook buitenlanders, backpackers en Japanners die hun Engels willen oefenen. ‘Forsaken’, vanwege het feit dat de meesten van deze minder geliefd zijn onder de Japanners, volgens mijn collega’s.
Gedurende het drinken werd ik flink bijgepraat over de plus- en minpunten van het Japanse arbeidersbestaan, de rol van de managers, verschil tussen mannen en vrouwen, overwerk, zoveel eigenlijk dat daar binnenkort een aparte post over komt. Feit blijft dat de hele arbeidscultuur hier flink anders is ingericht dan in Nederland, en het bijzonder interessant is om daar de meningen van mensen over te horen! Ook hebben we nog even bijgepraat over de projecten waar we mee bezig zijn. Je kent het wel.
Hotels
Gezelligheid kent geen tijd, en nadat democratisch besloten was dat de laatste trein geen optie was, betekende dat dat we gingen overnachten in een zogenaamd ‘capsule hotel‘, een hotel bestaande uit heel kleine hokjes waar je voor vrij goedkoop 24 uur per dag terecht kunt: ideaal als je de laatste trein (bewust) mist, en iets wat je toch in je leven een keer meegemaakt moet hebben!
Nadat de kroeg dicht ging en mijn collega’s een bak Ramen (de plaatselijke variant van Shoarma) hadden weggewerkt, werd mij nog even het concept ‘love hotel‘ uitgelegd, briljant Japans weer… Het feit dat de gemiddelde jongere hier tot zijn of haar trouwen bij de ouders woont, en de gemiddelde levensruimte van de Japanner nogal beperkt is, geeft als probleem dat er voor intimiteiten tussen jongeren niet echt een plaats is, laat staan voor sex. Japan zou Japan niet zijn als daar niet een zeer doeltreffende oplossing voor was bedacht: het ‘love hotel’, als stelletje kan je daar een paar uur lang een kamer huren om te ‘rusten’, zoals dat heel discreet heet. En discreet is het: als ‘klant’ van dit hotel krijg je namelijk geen persoon te zien: alles gaat automatisch via een computer in de hal, typisch. De luxere kamers zijn voorzien van diverse thema’s en uitgerust met draaiende bedden en andere gave goodies. By the way: het is in het complex waar ik woon ten strengste verboden om een vrouw mee naar je kamer te nemen: op straffe van verwijdering, en zelfs eventueel ontslag. Hetzelfde geldt voor de vrouwen op de tweede verdieping: de vrouwenverdieping. Ik heb dus geen keuze dan mij zeer braaf te gedragen hier; het doet mij wat denken aan de campus van de UT in de eerste jaren :).
Na deze toeristische uitspattig was het uit met de lol: we gingen slapen. Alleen, er was een klein probleempje… Alle ‘capsule hotels’ waren vol. Dat was een tegenvaller. De enige optie was dus het nemen van de eerste trein, en omdat slapen op een bankje in het park geen optie was, deden we de opvulling in Japanse stijl…
Karaoke
Karaoke dus. Ik wil hier verder weinig woorden meer aan vuil maken, behalve dat het een bijzonder grappige bezigheid is. Je huurt een hok, met daarin een enorme tv, twee microfoons en een aantal telefoonboeken met karaokenummers en gaat los. Nadat we uitgezongen waren, nog even de oogjes dicht gedaan: pas om zes uur ging de tent dicht, en toen ging ook de eerste trein: ideaal!
Miki-san
Arnaud
…
Enerverend avondje dus, morgen lekker nog een dagje genieten van het mooie weer (nog steeds zonnig en boven de 15 graden!); nu tijd voor rustig TV kijken.
PS: Het is nu ook mogelijk om mij te ’sms-en’, Japanse stijl. Je kan dit doen door een e-mail te sturen naar dannyhaak@softbank.ne.jp, deze ontvang ik dan op mijn mobiel. Let op dat je bij de instellingen van je e-mail programma kiest voor de tekenset ASCII of ISO-8859-1 (West-Europees), en geen UTF-8 (wat meestal standaard is). Leuk!
3 commentsKyoto: mooi van buiten en lelijk van binnen
Terwijl Japan de weer op bultrugwalvissen gaat jagen, het Nederlands elftal (weer) net aan heeft kunnen winnen (van Luxemburg, wat?) en Belgie nog steeds geen regering heeft kunnen vormen, was ik een weekendje in Kyoto! Lekker moe van het lang lopen en klimmen (ben sinds de anderhalve week dat ik hier nu ben al zo’n drie kilo kwijtgeraakt… zonder sporten), net de foto’s uitgezocht (mental note: minder foto’s maken) en nu voor de liefhebbers, op verzoek, weer een Lang Verhaal! Voor de liefhebbers van korte verhalen: kopjes en veel plaatjes!
Heenreis
Zaterdagochtend dus de trein gepakt naar Kyoto, wat ongeveer een uurtje reizen is. Al het OV kan je hier trouwens betalen met een soort OV-chipkaart, werkt bijzonder fijn! Snel invoeren in Nederland… Aangekomen valt meteen op aan de drukte dat het een flinke stad is: er wonen 1,4 miljoen mensen, twee keer zoveel als Amsterdam.
Het station zelf is een prachtig gebouw, vrij nieuw. Het laat zich globaal omschrijven als een enorme hal (elf verdiepingen hoog), met aan beide kanten trappen en roltrappen omhoog en daaronder winkelcentra, warenhuizen en restaurants en een hotel. En vooral Heel Veel Mensen. Niet in een foto te vatten, echter toch een poging gedaan (genomen vanaf bijna halverwege de trappen).
Tempels
De belangrijke attracties zijn wederom tempels, waar het stikt van de voornamelijk Japanse toeristen, een enkele uitzondering daargelaten (zelfs de eerste Nederlanders hier gespot, is toch al flink langer dan de dag die het normaal in het buitenland kost om De Nederlander tegen te komen!). Ik heb mijzelf er in Nederland nooit op kunnen betrappen dat ik een kerk ging bezoeken als toerist, hier is het echter de normaalste zaak van de wereld.
Volg de toeristen: de Lonely Planet kan in de tas
Nu zijn de tempels ook schitterend gelegen, aan de rand van de stad, op een berghelling tussen de bomen, die nu schitterend van groen naar rood aan het veranderen zijn. Japanners vinden dit schitterend, en zijn continu bezig met het fotograferen van de rode blaadjes, of een bekende die naast een boom staat. Prachtig verschijnsel om te aanschouwen.
Let ook op de manier waarop de steentjes geordend zijn: er heeft zich hier iemand goed verveeld. Dit zie je trouwens in alle tuinen van tempels.
De foto’s van de tempels, schrijnen en tuinen doen trouwens geen recht aan het origineel: het is echt schitterend om in de ondergaande zon, in alle rust (figuurlijk en letterlijk) in een tempelcomplex rond te lopen en alles te bekijken. De tempels zijn daadwerkelijk gebouwd in samenhang met de natuur: van veel tempels zijn de buitenmuren wegschuifbaar, om zo een heel open gebouw te creeeren.
Vergaderen, direct aan de natuur. Misschien businessconceptje voor in Nederland
Het mooie ook is dat je in een tempel je schoenen uit doet, en je op je sokken verder loopt. Dit geeft het vreemde gevoel dat je thuis bent, heel bijzonder :).
Klimmen
Van het volgende complex was de tempel zelf niet direcht het doel, eerder de weg er naar toe (in het algemeen, een vrij bekende Japanse filosofie, hier mooi in de praktijk gebracht). De tempel ligt namelijk boven op een berg, en de weg er naar toe (paar kilometer) is volledig bebouwd met oranje houten bogen. Vrij bijzonder om daar zo lang onder te lopen. De bogen zelf zijn gesponsord door particulieren of bedrijven.
Boven op de berg uiteraard een schitterend uitzicht over Kyoto. Goed is te zien dat Kyoto aan alle kanten omsingeld is door bergen, die je ook overal vanuit de stad ziet verrijzen.
Fijn ook dat je merkt dat zodra er fysieke inspanning aan te pas komt en er geen bussen of taxi’s kunnen komen, het aantal toeristen bijna gereduceerd wordt tot nul. Lekker rustig. Daarnaast zijn er de speciale tips van de Lonely Planet, waar helemaal niemand komt, behalve andere mensen met een Lonely Planet :). Achter de tempel kon je nog verder omhoog, en naast allemaal klein gebouwtjes was hier ook een natuurlijke ‘douche’ (een waterval) van de monniken, die - gezien de aanwezige kleding - nog echt gebruikt wordt. Gaaf.
Lampjes
’s Avonds in het hostel ontmoette ik Emily, en Emily was een nogal pittig Engelse. Nadat ze er achterkwam dat ik nog niet naar een verlichtte tempel en tuin was geweest (ik wist niet eens dat ze open waren ’s avonds ;)), werd ik dwingend verzocht om dat maar wel te gaan doen, en aangezien zij ook nog niet alles gezien had, ging ze maar mee. Naast dat ik niet echt kon weigeren, vond ik het zelf een prima plan, en heb er geen spijt van gehad. Ook hier zijn de foto’s weer lang niet zo mooi als het in het echt is.
Tussen het bezoeken door heb ik nog bijna een Geisha (traditioneel Japanse ‘vermaakvrouw’, maar dan niet voor de sex) gezien. In de zin dat Emily mij iets te subtiel aan het duidelijk maken was dat ze langsliep, terwijl ik een plattegrondje aan het bekijken was… Enfin, resultaat was te raden, volgende keer beter :).
Uiteraard was het ook erg gezellig, mooi gebabbeld over de Japanse cultuur en de ervaringen. Vooral fijn om weer even gewoon een gesprek te kunnen voeren met iemand, zonder dat je jezelf constant moet herhalen en af moet vragen of de ander je wel begrijpt. Op de terugweg nog even meegemaakt hoe vol de bussen hier kunnen. Erg vol dus.
Geen tempels
Zondag had ik duidelijk last van een tempeloverflow, dus dan maar op zoek naar wat anders om te doen. Eerst winkelen! Na een tijdje zoeken had ik eindelijk een boekhandel gevonden met Engelse afdeling, nou ja, plank. Hier mijn gewenste Japans-Engels-plaatjesboek gescoord, kan ik weer wat meer communiceren met locals, en mijn gewone leesboekenvoorraad aangevuld. De afgelopen tijd veel gelezen; moet ik straks in Nederland ook weer meer gaan doen, relaxte tijdsbesteding!
De lokale Mediamarkt heb ik helaas niet kunnen vinden (ben nog op zoek naar een webcam en een waterkoker). Veel kledingzaken, restaurantjes, supermarktjes, gokhallen, foto-hokjes-hallen, maar geen elektronica winkel. Heel vreemd in het land van de gadgets. Volgende week deze uitdaging maar voortzetten :). Er is trouwens sprake hier van een enorme 24/7 economie: veel supermarktjes (de ‘convienence stores’) zijn hier 24/7 open, en ook de plaatselijke Mac. Daarnaast is op zondag alles open, van ’s ochtends vroeg, tot vaak acht uur ’s avonds. Voor een toerist erg fijn, voor de medewekers betwijfel ik het…
Mooi is dat ook tussen de winkeltjes (in een winkelcentrum) opeens weer een oud tempeltje verschijnt…
Daarna nog even in het park rondgelopen. Was niet erg spannend, alleen mooi.
Lelijkheid
Immiddels ben je de titel vast al vergeten, maar de stad zelf viel nogal tegen. Wat mij in Nara ook opviel, zie je hier ook weer terug. De hele stad bestaat uit lukraak gebouwde betonnen panden, zonder enige structuur of ontwerp, maar wel altijd met neonverlichting en lichtbakken. Het is erg jammer dat de oude buitenkant van de stad zo enorm mooi is: oude straatjes, prachtige tuinen, huizen en tempels, en dat er voor de verdere opbouw totaal geen aandacht aan geschonken is (m.u.v. dan van het stationsgebouw). Ze doen hier dan ook niet echt aan planologie (iedereen kan bouwen wat hij/zij wil), dus misschien dat dat een oorzaak is…
Wat wel enorm opvalt, dat het overal heel erg schoon is. Zelfs zo schoon, dat er vandaag in de metro een ‘mannetje’ bezig was om met een naald de vuiligheid tussen de rubbers op de trappen weg te halen. Bijzonder. Er zijn trouwens bijna geen vuilnisbakken te bekennen, dit in combinatie met de schoonheid zou onmogelijk zijn in een ander land. Plusje voor Japan!
Van toerist naar burger
En morgen weer hard aan de slag: afgelopen vrijdag druk VHDL wezen studeren, morgen ga ik beginnen met de hardware implementatie van het algoritme dat ik bedacht heb. Ben benieuwd hoe dat gaat lukken! Ook moet ik een presentatie geven over de UT, en mijn opleiding aldaar. Ik heb wat leuks in elkaar geklust, ben benieuwd wat ze er van vinden.
Vrijdagavond nog uit eten geweest met een collega, en ik heb het gevoel dat langzaam-bij-beetje ze beginnen te ontdooien. Ik kreeg zowaar wat vragen terug, dus het gaat de goede kant op! :)
PS: Mijn bed is ook gelukt, met hulp van de desbetreffende collega: op het matras moest dus geen laken, maar die moet op het futon dat op het matras gaat. Je dekbed wordt dan ook niet helemaal ingepakt, maar alleen de onderkant, met een ding wat ik in Nederland gebruik om op mijn matras gedaan. Enfin, je snapt het probleem. Het resultaat is alsvolgt: (de deken aan mijn voeteneind is om mijn tenen warm te houden, ik ben duidelijk te groot voor dit bed)
PS 2: Meer foto’s zijn te vinden in het foto-album (’photographs’, rechts boven). Aan te raden om er even doorheen te klikken, zit veel moois tussen :).
5 commentsFormulieren, stempels en voornamen
Nu ik toch echt aan het werk was, werd het ook tijd om nog wat andere formaliteiten te gaan regelen. Naast het verkrijgen van mijn Alien Registration Card (soort van tijdelijk verblijfsdocument) en het openen van een bankrekening wilde ik ook nog een werkende mobiele telefoon: aan de slag dus! Gelukkig werd ik hierbij ondersteund door een collega, anders was ik er nu nog mee bezig. Het Engels niveau van de gemiddelde Japanner ligt namelijk vrij dichtbij het absolute nulpunt heb ik gemerkt: zelfs met een Nederlander die absoluut geen Engels spreekt kan je een beter gesprek voeren in het Engels dan met iemand hier. Dit vormt nogal een uitdaging op een aantal gebieden, iets kopen in de supermarkt lukt nog wel, maar over producten iets vragen, laat staan het openen van een bankrekening, is een soort van mission impossible.
Eerst de Alien Registration Card. Na het printen van een aantal pasfoto’s die exact de goede omvang in mm’s hadden (”This is Japan, it should be exactly correct.”), de auto in en naar het gemeentehuis, alwaar een ‘mannetje’ ons een parkeerplaats aanwees. Na het inleveren van de juiste documenten, het invullen van een Japans formulier, het uitleggen dat je in Nederland meerdere voornamen kan hebben en dat je die niet op alle formulieren volledig hoeft in te vullen (ik heet hier dan ook Danny Jacobus of Haak Danny, ze snappen er niets van), konden we drie uur later terugkomen.
Drie uur later, na het opnieuw uitleggen van het systeem van meerdere voornamen, kreeg ik tegen betaling van 200 yen (zo’n EUR 1,50) een document waar op staat (in het Japans) dat ik tijdelijk inwoner ben, op naar de bank! De bank was het volgende lastige punt. In Japan kennen ze namelijk geen handtekeningen, maar werkt alles met kleine rode stempeltjes die als officiele bevestiging dienen. We moesten dus op zoek naar een bank die handtekeningen als officiele ondertekening accepteert, weer een uitdaging die ik zonder de hulp van mijn college nooit begrepen had. Na de juiste bank gevonden te hebben, het formulier tot drie keer toe opnieuw te hebben moeten invullen (achtereenvolgens: iets met meerdere voornamen, japanse jaartelling - ja, die is anders dan de westerse, en dat ik mijn adres toch echt zelf moest invullen, ondanks dat ik er naast zat), gelach om het concept handtekening, het storten van het startkapitaal van 50 yen (zo’n EUR 0,40) en de nodige stempels en andere formulieren was het dan zo ver: ik kreeg mijn spaarboekje. Haha. Serieus. Je krijgt een boekje waar je saldo instaat, en elke keer als je geld stort moet je dat meenemen en wordt je nieuwe saldo geprint. Digitale samenleving, ahum. Een bankpasje duurt nog even, maar ik las op internet al dat pinautomaten hier maar een beperkt aantal uren van de dag werken en de kosten ’s avonds hoger zijn dan overdag (hoezo.. zit daar ook een’mannetje’ in ofzo die op tijd terug moet naar zijn vrouw?).
Volgende stap: een mobieltje. Zoals ik al eens had gezegd, werkt mijn Nederlandse toestel hier niet omdat hier simpelweg geen GSM netwerk is. Jammer, dan maar een prepaid telefoontje halen. Het liefst had ik zo’n ultragaaf 3G UMTS HDSPA toestel gehad (met televisie kijken etc.), maar de kosten daarvan waren ook ultragaaf, dus dan maar de goedkoopste telefoon. Samen met mijn college naar de shop toe, en met hem als tolk mijn wensen uitgelegd. Op dat moment had ik echter nog geen PIN-automaat gevonden die mijn rabobank-pas accepteerde, dus leek het me geen slim plan om mijn laatste cash in een telefoon te investeren i.p.v. in eten; even uitgesteld.
De PIN-automaat was na even googlen gevonden, en vanavond een nieuwe poging voor de telefoon gewaagd, echter zonder de tolk, mijn collega. Met de herkenning van de verkoopster, de woorden ‘buy’ ‘prepaid’, drie spelletjes hints, de papiertjes ‘how to help customer in Engrish’ (serieus!) en het nodige geteken (hoe leg je in godsnaam uit dat je in Nederland meerdere voornamen hebt, en dat die niet allemaal relevant zijn?), heet ik ook hier Danny Jacobus Theodorus Haak en verliet weer een tevreden klant het pand. Zo’n EUR 50,- armer en in het bezit van een best hip telefoontje voor dat geld, is mijn nummer: +818031192844. SMS-en werkt trouwens niet (is CDMA netwerk).
Kort samengevat heeft het inburgeren nogal wat voeten in de aarde. Het contact met mijn collega’s is prima, ze zijn heel vriendelijk en helpen me met al mijn vragen en problemen; top! Voor zover mogelijk wordt ik goed in de groep opgenomen (ik krijg morgen een rondleiding door het Sharp-museum, en moet maandag een presentatie geven over Nederland en de UT), maar het contact blijft erg oppervlakking. De taalbarriere maakt het erg moeilijk om een normaal gesprek te voeren, en dat is eigenlijk wel erg jammer, en valt - ondanks dat ik mij daar aardig op had voorbereid - toch nog tegen. Dan werk je bij een enorme multinational, op academisch niveau, en spreekt maar zo’n 10% basis Engels. Onvoorstelbaar eigenlijk. Morgenavond weer met een collega uit eten, de wil is er wel van hun kant, alleen gaat het erg moeizaam en kost het veel energie. Ik hoop dat dat stukje bij beetje beter gaat in de komende weken, ik zit tenslotte hier niet voor het goede eten, maar voornamelijk om inzicht te krijgen in de cultuur en levenswijze van deze mensen: en dat gaat het beste in een gesprek :).
In de flat waar ik woon merk je ook veel van de Japanse geslotenheid: hier op de gangen zegt niemand elkaar gedag (behalve bekenden) en mensen lopen je zonder je aan te kijken voorbij. Daarnaast zit iedereen op zijn kamertje met de deur dicht, zelfs mensen die hun eten in het restaurant halen nemen dat meestal mee naar hun kamer. Ik - als echte Nederlander - heb dan mijn kamerdeur openstaan en ga liever naar de stad toe om wat te eten te halen, even er tussen uit! Ook in de lunchpauze: ze weten niet hoe snel ze weer aan het werk moeten gaan, terwijl de pauze officieel niet voorbij is. Ik loop dan liever even een rondje buiten om even te ontspannen of fris na te denken, maar dat is hier niet aan de orde. Op de werkplek zitten, en hard rennen als de telefoon gaat is hier belangrijker.
Excuses voor het lange verhaal, ik wil zo’n goed mogelijk idee geven van het leven hier en mijn ervaringen, en dat lukt helaas niet in een SMS-je. Ik ga nu lekker slapen; morgen laatste dagje voor het weekend, en het wordt een weekendje Kyoto! Fijn sightseeen, en als het nog lukt, in een hostel overnachten … even eruit en weer mensen spreken :). Bedankt trouwens voor alle reacties, vind het erg leuk om die te lezen, en te horen hoe het met jullie gaat! Ga vooral zo door ;).
13 commentsAan het werk…
Vanochtend was het uit met de pret: er moest serieus gewerkt worden. Al toen ik wakker werd (voor het eerst niet om zes uur, maar om zeven uur, dag jetlag!) zag ik vanaf mijn balkonnetje een ware colonne mensen naar de kantoren lopen, dit in tegenstelling met de totale rust van afgelopen weekend.
Ik moest mij om kwart voor negen vanochtend melden bij de baas van mijn afdeling; zodat ik mij in de centrale bijeenkomst even voor zou kunnen stellen. Om stipt negen uur klonk er een vrolijke toeter en rende iedereen (echt, rennen!) naar het midden van de zaal (daarover later meer), in totaal een mannetje of vijftig. Nadat ik mijn voorstelrondje had gedaan, moest er een willekeurig persoon een verhaaltje vertellen. Wat hij vertelde, is mij een raadsel (Japans blijft lastig), en later hoorde ik dat dat ook gold voor mijn verhaal, aangezien het aantal Engelssprekenden bijzonder laag ligt onder de medewerkers. Binnenkort moet ik ook een verhaaltje vertellen, maar om een van mijn collega’s te quoten: “het maakt niet uit wat je vertelt, 95% verstaat er toch niets van.”
Na dit bijzondere ritueel, waarvan mij het nut nog enigszins ontgaat, hebben een tweetal mensen van de groep waar ik bij werk mij bijgepraat over hun onderzoek en de structuur van de groep. Het blijkt dat dit allemaal prima aansluit bij mijn voorkennis en interesses, ideaal! Ik kan over de inhoud van mijn opdracht niet al te veel vertellen, vanwege de geheimhoudingsverklaring die ik getekend heb. Globaal werk ik voorlopig aan het verbeteren (in snelheid) van een onderdeel van de PHY-layer van een Powerline Communications systeem, en kan ik dus fijn programmeren in C. Gelukkig spreken deze mensen redelijk tot goed Engels, al blijft het leggen van nuances veel moeite kosten, en moet ik vaak dingen herhalen of door anderen laten herhalen, omdat de uitspraak van de Japanners niet altijd even duidelijk is. Veel documentatie is ook in het Japans…
De ‘werkvloer’ bestaat uit veel open werkplekken, met bureaus die in rijen opgesteld staan. Daarnaast zijn er een aantal cubicles, waar ik ook in werk. Het zijn wel Japanse cubicles, dus ik kijk er prima bovenuit :). De sfeer is vrij zakelijk, het is vaak erg stil (op het gezoem van de vele, echt heel veel, computers na). Ik vermoed dat sporten zoals kantoorvoetbal of kantoorworstelen hier niet veel zullen voorkomen, jammer! Gelukkig heb ik mijn eigen muziekjes mee… Mijn computer was zoals te verwachten viel voorzien van een Japanse Windows en een Japans toetsenbord (met mini spatiebalk ivm de Kanji/Kana tekens-knop), totaal onwerkbaar dus. Gelukkig moet ik het meerendeel van de tijd werken met Linux, waar je gewoon de taal van kan veranderen, en uit een hoekje werd een Amerikaans toetsenbord opgedoken. Naast de bureaus zijn er twee laboratoria waar diverse (grote) LCD tv’s staan, soms opengeschroeft, soms dicht, en veel andere nerd-tools. Voelt vertrouwd :).
De kledingstijl is net als de sfeer: saai en degelijk. Iedereen draagt een wit overhemd (of een heel licht kleurtje), met pantalon. Daarover heen vaak de bedrijfskleding (een soort van trainingsjasje, ziet er echt niet uit). Ik val dan ook redelijk op met mijn knalkleur gestreepte overhemden.
Om twaalf uur ging er weer een vrolijke zoemer, tijd voor lunch! Het sprintritueel herhaalde zich, ditmaals naar de kantine op de begane grond of op de eerste verdieping. Aldaar keuze uit een drietal warme gerechten, combinaties van vlees/vis, groenten en rijst: erg lekker! Uiteraard met een bakje groene thee erbij… Japanners eten altijd al hun eten op, echter dat is mij al een aantal keer niet gelukt (ben zo’n grote lunch niet gewenst…), schaamte alom, maar je doet er weinig aan (je kan niet minder krijgen).
Na het eten kwam ik erachter dat er nog een enorm sportcentrum in het gebouw is, voorzien van tennisvelden, tafeltennisvelden, fitnessruimte en zelfs een indoor golfbaan! Vervelen wordt steeds moeilijker… Mijn collega ging nog even checken of er ook ergens gevolleybald wordt, of verstond hij nou voetbal? Dat soort dingen blijft een raadsel :). Ze zijnallemaal erg vriendelijk en doen veel moeite voor me, al zijn ze wel een beetje stug, en is het praten met de meesten vanwege de taalbarriere erg lastig. In ieder geval gaan we aanstaande maandag een welkomstparty doen, en wordt er bier gedronken in de bar van het complex, zeker goed nieuws!
Terug op de werkplek bleek dat het licht uitgaat in de pauze, waar een aantal Japanners dankbaar gebruik van maakten om even de oogjes toe te knijpen op het bureau, of bij een schemerlampje druk door te werken. Bijzonder. Koffiepauzes worden uberhaupt overgeslagen, niet eens vanwege de oploskoffie, maar er wordt gewoon doorgewerkt.
De rest van de middag heb ik mij ingelezen in de standaard en de code. Om tien over half zes voor de laatste keer het zoemer en sprint-ritueel, dit keer het pand uit. Ik was nog even vijf minuutjes langer bezig, en toen ging daadwerkelijk al het licht uit. Bijzonder :).
Al met al, een zeer bijzondere ervaring dat werken hier. Ik hoop dat ik de komende tijd ook wat meer van de achtergronden ga begrijpen. Vertrouwen heb ik er wel in, al blijft het jammer dat het communiceren zoveel moeite en energie kost. Lang verhaal dit, maar deze ervaringen moesten gedeeld worden :).
3 comments